9. Maak gebruik van investeringsaftrekken

En voorkom desinvesteringsbijtelling

Met investeren wordt de aanschaf van bedrijfsmiddelen bedoeld, denk aan machines, computers, transportmiddelen, gereedschappen, inventaris, en dergelijke. Indien zo’n bedrijfsmiddel meer kost dan € 450 is het verplicht om af te schrijven op de aanschafprijs, de kosten mogen niet in 1 keer worden afgetrokken. Een uitzondering hierop is de willkeurige afschrijving, bijvoorbeeld voor startende ondernemers.

Indien in één kalenderjaar totaal meer dan € 2.300 wordt geïnvesteerd bestaat recht op investeringsaftrek, de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Bij een totale investering tot € 56.642 (2017: € 56.192) kunt u 28% van het investeringsbedrag aftrekken van de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Op investeringen in onder andere woonhuizen, personenauto’s (geen beroepsvervoer), inbreng vanuit privé en bedrijfsmiddelen voor verhuur bestaat geen recht op investeringsaftrek.

Als een bedrijfsmiddel binnen 5 jaar weer wordt verkocht en er is investeringaftrek toegepast, is er sprake van desinvesteringsbijtelling. Dit betekent dat een deel van de investeringsaftrek bij de winst wordt opgeteld.

Naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) bestaat er ook een milieu-investeringaftrek (MIA, eventueel in combinatie met willekeurig afschrijven cq. VAMIL) met een aftrek tot 36% en een energie-investeringsaftrek (EIA) met een aftrek tot 54,5% voor nieuwe bedrijfsmiddelen (voor de KIA hoeft een bedrijfsmiddel niet nieuw te zijn). Voor de MIA en EIA geldt een drempel van € 2.500, de investering  moet binnen 3 maanden na aanschaf worden aangemeld. 

« terug naar het overzicht van tips